Socialiseren, wat is dat en hoe doe je dat? De tijd bij de fokker: Een hond wordt geboren, blind en bijna hulpeloos. Toch weet het na verloop van tijd precies wie de moeder is. Er moet dus ergens een soort herkenning plaatsvinden. Dit herkennen van geuren, later beelden en situaties noemen we inprenting- en socialisatiefases. In de eerste twee levensweken van de pup: Als een hond geboren is hij blind en doof. Hier heeft hij dus niets aan om zijn moeder te herkennen. Hij doet dit door geuren te herkennen en door tastzin. Ook kan de pup in deze fase nog niet zelf urineren en ontlasten. Door likken help de moederhond dit op gang. Het is in deze weken niet goed om de puppen veel op te tillen of om veel drukte (stress voor de moederhond) te laten ontstaan rond het nest. In deze perioden wordt er door de pup niet heel veel aangeleerd. Tussen de tweede en de derde week (overgangsperiode): In het begin van deze periode gaan de ogen open en gaan de puppen voorzichtig een beetje door het nest lopen. Het duurt helaas nog enkele weken voordat de hond, de moederhond en andere dingen uit de omgeving op afstand gaat herkennen. (rond de 5e week pas) De onderzoeksdrang gaat zich bij de pup ontwikkelen. Ook gaat de drang om de ontlasting buiten het nest te deponeren zich ontwikkelen. Zo rond de drie weken gaan de oren op en kan de hond schrikreacties gaan vertonen. In deze zelfde tijd komen de tanden van het melkgebit door. Deze tijd is ook het moment om vaster voedsel te gaan voeren aan de puppen (dit kan o.a. met pap). Periode vier tot ongeveer 12 weken (socialisatieperiode): De pup gaat meer op onderzoek uit en gaat dingen, mensen en dieren nu ook benaderen. In deze periode is een herstel van traumatische ervaringen erg snel. De pup krijgt nu iets vaster voedsel dan pap. De teef gaat na de 6e week haar puppen spenen. Het hondje leert in deze periode ook grommen, happen en spelen. Tot de 7e week heeft een pup nestbinding. Daarom is het niet goed om voor deze periode een pup aan een nieuwe eigenaar te geven. Dit verhoogt later de kans op scheidingsangst (te sterke binding met de nieuwe eigenaar). In deze periode gaat de socialisatie plaatsvinden waaraan fokker en nieuwe eigenaar veel aandacht moeten besteden. Alle prikkelgevoelige invloeden van buitenaf zoals contact met mensen en dieren (diverse diersoorten zoals katten, konijnen, honden, vogels, etc) maar ook dingen zoals de markt, winkelstraat, tram en auto zijn een belangrijk onderdeel in deze socialisatieperiode. Het staat dus wel leuk als er staat dat de hond in huiselijke kring is opgegroeid, maar dat is geen garantie voor een goede socialisatie. Hiervoor moet wel iets meer worden gedaan. De begintijd bij de nieuwe eigenaar: Natuurlijk gaat het socialiseren om prikkels te krijgen voor invloeden van buitenaf gewoon door. Het is helemaal niet nodig om uren over de markt te lopen met een pup of deze heel lang en vaak mee te nemen in de trein of tram. Enkele minuten per dag is meer dan voldoende. Het gaat tenslotte om een prikkel. De periode tussen de 12 weken en de 6 maanden (secundaire socialisatieperiode): Deze fase wordt ook wel de angstfase genoemd. In deze periode zijn de pups extra gevoelig voor traumatische ervaringen. Ook voor slechte ervaringen met mensen, dieren en foute omgevingsprikkels. Rond de 15e week gaat de hond zijn plaats bepalen in de hiërarchie. We krijgen dan te maken met dominantieverschijnselen. Ondanks het mogelijke minder heldhaftige gedrag gaat het socialiseren wel gewoon door. Ook is het goed om in deze periode te gaan beginnen met cursussen om het gedrag van de hond te begeleiden. Hierdoor komt de hond evengoed in een andere omgeving en bij veel vreemde soorten honden. De periode na 6 maanden (jonge hondenfase): In deze fase zijn er hormonale veranderingen. De reu gaat zijn gebied markeren en de teef krijgt in deze periode haar loopsheid(tussen 6 en 10 maanden). Ook begint, net als bij mensen, de puberteit. De jonge honden proberen zelf aan een positie binnen de roedel te veroveren ze zijn Oost-Indisch doof voor de invloeden van de baas. Wel blijft de hond speels. In deze tijd is het belangrijk om consequent te blijven en goed grenzen te stellen voor de jonge hond. Verwacht in deze periode niet veel van de trainingen. Het is wel belangrijk om door te gaan met de trainingen, alleen moet u als baas hier niet heel erg veel van verwachten. De Volwassen hond: Een hond is op ongeveer anderhalf jaar volwassen. Voor grotere rassen is dit vaak op latere leeftijd. Op deze leeftijd is het belangrijk om alle rangorde regels goed te blijven hanteren. Doet u dit dan behoudt u een fijne hond. De Oudere hond: Vanaf een leeftijd van 7 jaar noemt men de hond een veteraan of senior. Vanaf deze leeftijd kan een hond verschillende gebreken gaan vertonen. Het gehoor en het gezichtsvermogen kunnen achteruitgaan. Er kan al slijtage aan het gebit ontstaan. De werking van de nieren kan achteruitgaan. Of de algemene conditie van uw hond gaat langzaam achteruit. Natuurlijk zijn er altijd honden die een uitzondering zijn op deze regel en bij grotere rassen zal deze achteruitgang eerder te merken zijn dan bij kleinere rassen. |